Verdrag van handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Japan

Huidige tekst

Artikel 16 Verdrag van handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Japan

Geldt sinds 9 oktober 1913

In geval van schipbreuk, averij ter zee of gedwongen oponthoud, zal elke der Hooge Contracteerende Partijen, voorzoover de verplichtingen der neutraliteit het toelaten, aan de schepen van de andere, onverschillig of zij toebehooren aan den Staat of aan particulieren, dezelfde hulp en bescherming en dezelfde vrijstellingen moeten verleenen als die welke in soortgelijke gevallen aan de nationale schepen zullen worden verleend. De artikelen welke van de schepen, welke schipbreuk of averij hebben geleden, zijn geborgen, zullen vrij zijn van alle invoerrechten, tenzij zij voor binnenlandsch verbruik worden bestemd, in welk geval zij gehouden zullen zijn de voorgeschreven rechten te betalen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.