Huidige tekst
Artikel 34 Rode Kruis Verdrag
De roerende en onroerende goederen der verenigingen tot hulpverlening, aan wie de bij het Verdrag geregelde bevoorrechte positie is verleend, worden als particulier eigendom beschouwd. Het door de wetten en gebruiken van de oorlog aan de oorlogvoerenden toegekend recht van vordering zal slechts in geval van dwingende noodzaak worden uitgeoefend en alleen nadat de verzorging van de gewonden en zieken is veilig gesteld.