Verdrag van de Wereld Meteorologische Organisatie

WMO-Verdrag

Huidige tekst

Artikel 27 WMO-Verdrag

Geldt sinds 11 oktober 1947

a De Organisatie bezit op het grondgebied van elk Lid de rechtsbevoegdheid die nodig is voor het verwezenlijken van haar doelstellingen en voor de uitoefening van haar functies. b i. De Organisatie beschikt op het grondgebied van elk Lid waarop dit Verdrag van toepassing is de voorrechten en immuniteiten die nodig kunnen zijn voor het verwezenlijken van haar doelstellingen en voor de uitoefening van haar functies. ii. De vertegenwoordigers van de Leden, de functionarissen en ambtenaren van de Organisatie alsmede de leden van de Uitvoerende Raad bezitten eveneens de voorrechten en immuniteiten die nodig zijn voor de onafhankelijke uitoefening van hun functies ten behoeve van de Organisatie. c Op het grondgebied van elk Lid dat Staat is en dat is toegetreden tot het Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de gespecialiseerde organisaties, aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 21 november 1947, zijn deze rechtsbevoegdheid, voorrechten en immuniteiten zoals omschreven in dat Verdrag.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.