Verdrag van de Raad van Europa tot bescherming van het advocatenberoep

Huidige tekst

Artikel 8 Verdrag van de Raad van Europa tot bescherming van het advocatenberoep

Geldt sinds 13 mei 2025

Discipline 1 De partijen waarborgen dat de gronden voor disciplinaire maatregelen tegen advocaten uitsluitend gebaseerd zijn op bij wet voorgeschreven professionele gedragsnormen die zelf in overeenstemming zijn met de rechten en vrijheden in het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. 2 De partijen waarborgen dat tuchtprocedures tegen advocaten: a.worden voorgelegd aan: i. een onafhankelijke en onpartijdige tuchtcommissie, ingesteld door een beroepsvereniging; ii. een onafhankelijke en onpartijdige autoriteit, of iii. een onafhankelijk en onpartijdig gerecht of tribunaal dat bij wet is ingesteld; b.met spoed worden behandeld; c.worden uitgevoerd in overeenstemming met de vereisten voor een eerlijk proces uit hoofde van artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en met het recht om te worden geadviseerd, bijgestaan of vertegenwoordigd door een advocaat van hun keuze; en d.door de betrokken advocaat kunnen worden aangevochten bij een onafhankelijk en onpartijdig gerecht of tribunaal dat bij wet is ingesteld. 3 Partijen waarborgen dat alle disciplinaire sancties die aan advocaten worden opgelegd in overeenstemming zijn met de beginselen van legaliteit, non-discriminatie en evenredigheid. Een verbod op het recht op uitoefening van het beroep mag alleen worden opgelegd voor de ernstigste inbreuken op de beroepsnormen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.