Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld

Huidige tekst

Artikel 42 Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld

Geldt sinds 11 mei 2011

Onaanvaardbare rechtvaardiging voor misdrijven, met inbegrip van misdrijven gepleegd in het kader van de zogenaamde „eer” 1 De partijen nemen de wetgevende of andere maatregelen die nodig zijn om te waarborgen dat bij strafprocedures ingesteld na het plegen van een van de daden van geweld die vallen onder de reikwijdte van dit Verdrag, cultuur, gewoonte, religie, traditie of de zogenaamde „eer” niet worden aangemerkt als rechtvaardiging voor deze daden. Dit heeft met name betrekking op beweringen dat het slachtoffer culturele, religieuze, sociale of traditionele normen zou hebben overtreden of gewoonten met betrekking tot gepast gedrag zou hebben geschonden. 2 De partijen nemen de wetgevende of andere maatregelen die nodig zijn om te waarborgen dat het feit dat een persoon een kind aanzet tot het plegen van de handelingen bedoeld in het eerste lid niets afdoet aan de strafrechtelijke aansprakelijkheid van die persoon voor de gepleegde handelingen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.