Verdrag tussen Nederland en Luxemburg tot beslechting van geschillen door rechtspraak, arbitrage en verzoening

Huidige tekst

Artikel 16 Verdrag tussen Nederland en Luxemburg tot beslechting van geschillen door rechtspraak, arbitrage en verzoening

Geldt sinds 13 augustus 1930

De Partijen zullen bij de Permanente Verzoeningscommissie vertegenwoordigd zijn door agenten die tot taak hebben als tusschenpersoon te dienen tusschen haar en de Commissie; zij zullen zich bovendien kunnen doen bijstaan door raadslieden en deskundigen daartoe door haar benoemd en het verhoor vragen van alle personen, wier getuigenis haar nuttig mocht lijken. Van haar kant zal de Commissie de bevoegdheid hebben om mondelinge uiteenzettingen te vragen aan de agenten, raadslieden en deskundigen der twee Partijen, evenals aan alle personen waarvan zij het nuttig mocht oordeelen om met toestemming van hunne Regeering voor zich te laten verschijnen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.