Verdrag tussen Nederland en Groot-Brittannië, houdende bepalingen tot het vergemakkelijken van het voeren van rechtsgedingen in burgerlijke en handelszaken

Huidige tekst

Artikel 14 Verdrag tussen Nederland en Groot-Brittannië, houdende bepalingen tot het vergemakkelijken van het voeren van rechtsgedingen in burgerlijke en handelszaken

Geldt sinds 29 juli 1933

(a) Dit Verdrag is niet van rechtswege toepasselijk op eenig overzeesch grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden, doch Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden zal te allen tijde zoolang het Verdrag krachtens artikel 12, of uit hoofde van eenige toetreding krachtens artikel 15, van kracht is, de werking van het Verdrag tot eenig overzeesch grondgebied kunnen uitbreiden door middel van eene kennisgeving, gedaan door tusschenkomst van Hoogstderzelver Gezant te Londen. (b) De bepalingen van paragraaf ( b) van artikel 13 zijn op deze kennisgeving van toepassing. (c) De bepalingen van de paragrafen ( c) en ( d) van artikel 13 zijn van toepassing op elk overzeesch grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden tot hetwelk dit Verdrag zal zijn uitgebreid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.