Verdrag tussen Nederland en Groot-Brittannië betreffende de eigendom en het onderhoud van onderzeese kabels

Huidige tekst

Artikel 6 Verdrag tussen Nederland en Groot-Brittannië betreffende de eigendom en het onderhoud van onderzeese kabels

Geldt sinds 1 januari 1897

De Staats-Telegraaf-Administratiën van de twee landen zullen in onderling overleg en ten meesten nutte van het verkeer de wijze van het gebruik der onderzeesche kabels regelen. De bediening van de onderzeesche kabels in elk van de twee landen zal plaats hebben door de ambtenaren van de Staats-Telegraaf-Administratiën, zonder tusschenpersonen. De landlijnen, noodig voor de verbinding van de onderzeesche kabels met het binnenlandsche telegraafnet, zullen aangelegd en onderhouden worden voor rekening van elk land afzonderlijk. Elk land zal voor eigen rekening inrichten en onderhouden eene voldoende loods op de plaats, waar de onderzeesche kabels eindigen en de landlijnen beginnen, en elke loods zal van alle benoodigde instrumenten en toestellen voorzien zijn.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.