Verdrag tussen Nederland, België en het Groothertogdom Luxemburg nopens wederkerige bijstand inzake de invordering van belastingschulden

Huidige tekst

Artikel 9 Verdrag tussen Nederland, België en het Groothertogdom Luxemburg nopens wederkerige bijstand inzake de invordering van belastingschulden

Geldt sinds 8 november 1956

Par. 1 Dit Verdrag vindt slechts toepassing op het grondgebied der Hoge Verdragsluitende Partijen in Europa. Par. 2 Het kan - geheel of ten dele - toepasselijk worden verklaard op elk gebied, welks buitenlandse betrekkingen worden onderhouden onder de verantwoordelijkheid van een der landen en alwaar soortgelijke belastingen en rechten worden geheven als die, welke in die landen bestaan. De Regeringen van de Hoge Verdragsluitende Partijen bepalen in gemeen overleg de modaliteiten en de aanvangsdatum van een zodanige uitbreiding, alsmede de voorwaarden, waaronder die een einde neemt. De desbetreffende overeenkomst zal het voorwerp uitmaken van langs diplomatieke weg uit te wisselen nota's. Par. 3 Tenzij de Regeringen van de Hoge Verdragsluitende Partijen uitdrukkelijk anders zijn overeengekomen, maakt het beëindigen van dit Verdrag krachtens artikel 10 een einde aan de werking van die overeenkomst in alle gebieden, tot welke de werking van het Verdrag krachtens par. 2 van dit artikel is uitgebreid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.