Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Ierland tot uitlevering van misdadigers

Huidige tekst

Artikel XVII Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Ierland tot uitlevering van misdadigers

Geldt sinds 14 maart 1899

Wanneer het in een bij eenig hof of rechtbank van een der beide landen aanhangige strafzaak wenschelijk geoordeeld wordt een getuige in het andere land te hooren, zal zoodanig verhoor plaats hebben voor de rechterlijke overheid, overeenkomstig de wet, ten deze van kracht in het land, waar de getuige zich bevindt; en de kosten ten gevolge van zoodanig verhoor gemaakt, zullen worden gedragen door het land waar dit heeft plaats gehad.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.