Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Duitsland betreffende de toelating, vestiging en uitzetting van wederzijdse onderdanen op wederzijds staatsgebied

Huidige tekst

Artikel 3 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Duitsland betreffende de toelating, vestiging en uitzetting van wederzijdse onderdanen op wederzijds staatsgebied

Geldt sinds 29 januari 1907

Elke der beide contracteerende Partijen behoudt zich voor, de onderdanen van de andere Partij, die vroeger tot haar staatsverband hebben behoord en vóór de vervulling hunner militaire verplichtingen dit staatsverband verloren hebben, de vestiging of het verblijf te ontzeggen. Evenwel zal van de uitzetting worden afgezien, wanneer bij het onderzoek der omstandigheden blijkt, dat de verandering van nationaliteit te goeder trouw is geschied en niet ter ontduiking van de militaire verplichtingen. Eveneens behoudt elke der beide Partijen zich voor, de vestiging of het verblijf te ontzeggen aan die onderdanen der andere Partij, die in hun vaderland in gebreke zijn gebleven hunne militaire verplichtingen te vervullen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.