Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrijk betreffende de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en authentieke akten op het gebied van het burgerlijk recht

Huidige tekst

Artikel 8 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrijk betreffende de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en authentieke akten op het gebied van het burgerlijk recht

Geldt sinds 30 april 1966

(1) Gerechtelijke schikkingen en notariële akten die in een van de beide Staten tot stand zijn gekomen en in die Staat voor tenuitvoerlegging vatbaar zijn, worden in de andere Staat uitvoerbaar verklaard (tenuitvoergelegd), tenzij de tenuitvoerlegging in strijd is met de openbare orde van die Staat. (2) De verzoekende partij moet een authentiek afschrift van de beschikking of de notariële akte overleggen, waaruit blijkt dat deze voor tenuitvoerlegging vatbaar is. Artikel 7, lid 2, is van toepassing. (3) De bepalingen van de beide vorige leden zijn toepasselijk op voor de Oostenrijkse „Jugendamter” met betrekking tot onderhoudsverplichtingen tot stand gekomen schikkingen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.