Huidige tekst
Artikel 1 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake de regeling van financiële vraagstukken en inzake uitkeringen ten gunste van Nederlandse slachtoffers van de nationaal-socialistische vervolging (Financieel Verdrag)
Het Koninkrijk der Nederlanden staat na de inwerkingtreding van dit Verdrag aan de Bondsrepubliek Duitsland of aan de door de Bondsregering aan te wijzen instanties alle eventueel aan het Koninkrijk der Nederlanden toekomende vorderingen en aanspraken af, voor zover deze betrekking hebben op: 1. de Nederlandse kredieten aan ondernemingen van de Duitse celwolindustrie, waarvoor de „Reichskreditgesellschaft” zich als borg heeft verbonden (artikel 2 sub 3 d van het Verdrag); 2. door de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden aan de Bondsregering ter kennis gebrachte vorderingen uit hoofde van liggelden en bewakingskosten voor Duitse binnenschepen en verdere daarmede verband houdende vorderingen overeenkomstig punt 6, derde volzin, van bijlage 1 bij de Nederlands-Duitse overeenkomst van 14 december 1950 tot regeling van de met de restitutie van binnenschepen verband houdende vraagstukken (artikel 2 sub 3 f van het Verdrag).