Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en andere executoriale titels in burgerlijke zaken

Huidige tekst

Artikel 11 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en andere executoriale titels in burgerlijke zaken

Geldt sinds 15 september 1965

(1) Bij zijn beslissing op het verzoek tot afgifte van een verlof tot tenuitvoerlegging bepaalt het aangezochte gerecht zich ertoe te onderzoeken a) of de ingevolge artikel 10 vereiste stukken zijn overgelegd; b) of een van de in artikel 2, onder a en b, of artikel 3, lid 2, genoemde weigeringsgronden aanwezig is. (2) De beslissing waarop het verlof tot tenuitvoerlegging moet worden gegeven, mag in geen geval getoetst worden op haar juistheid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.