Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Australië inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken

Huidige tekst

Artikel 1 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Australië inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken

Geldt sinds 1 juni 1991

Werkingssfeer 1 De Verdragsluitende Partijen verlenen elkander in overeenstemming met dit Verdrag rechtshulp ten behoeve van de opsporing en vervolging in strafzaken. 2 Deze rechtshulp bestaat uit: (a) het afnemen van getuigenverklaringen onder ede of belofte; (b) het verstrekken van processtukken en andere bescheiden; (c) het opsporen van de verblijfplaats en het identificeren van personen; (d) het ten uitvoer leggen van verzoeken om huiszoeking en inbeslagneming; (e) het verkrijgen van de beschikking over gedetineerden om een getuigenverklaring af te leggen of medewerking te verlenen aan het onderzoek; (f) het verkrijgen van de beschikking over andere personen om een getuigenverklaring af te leggen of medewerking te verlenen aan een onderzoek; (g) het betekenen van stukken; (h) maatregelen om de baten van strafbare feiten op te sporen, daarop beslag te leggen en deze verbeurd te verklaren; en (i) andere rechtshulp die strookt met de doelstellingen van dit Verdrag en welke niet in strijd is met het recht van de aangezochte Staat. 3 Deze rechtshulp omvat niet: (a) de inverzekeringstelling of bewaring van personen met het oog op uitlevering; (b) de tenuitvoerlegging in de aangezochte Staat van in de verzoekende Staat uitgesproken strafvonnissen, behalve voor zover zulks is toegestaan krachtens de wet van de aangezochte Staat en dit Verdrag; en (c) de overbrenging van gedetineerden voor de tenuitvoerlegging van vonnissen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.