Verdrag tot regeling van zekere wetsconflicten ten aanzien van wisselbrieven en orderbriefjes

Huidige tekst

Artikel 2 Verdrag tot regeling van zekere wetsconflicten ten aanzien van wisselbrieven en orderbriefjes

Geldt sinds 1 januari 1934

De bekwaamheid van een persoon om zich bij wisselbrief en orderbriefje te verbinden wordt bepaald door zijn nationale wet. Indien deze nationale wet de wet van een ander land bevoegd verklaart, is deze laatste wet toepasselijk. De persoon, die onbekwaam zou zijn volgens de wet in het voorgaande lid genoemd, is desniettemin rechtsgeldig verbonden, indien de handteekening is geplaatst op het grondgebied van een land, volgens welks wetgeving de persoon bekwaam zou zijn geweest. Ieder der Hooge Verdragsluitende Partijen is bevoegd de rechtsgeldigheid niet te erkennen van een door één harer onderdanen aangegane verbintenis ten aanzien van wisselbrieven en orderbriefjes, welke op het grondgebied der andere Hooge Verdragsluitende Partijen slechts door toepassing van het voorgaande lid van dit artikel geldig zou zijn.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.