Huidige tekst
Artikel (1) CERN-verdrag
(1) Bijdragen voor de periode eindigende 31 December 1954. (a) De Staten welke partij zijn bij dit Verdrag op de datum van zijn inwerkingtreding en alle andere Staten welke tijdens de periode welke eindigt op 31 December 1954 lid worden van de Organisatie, dragen gezamenlijk het totaal der bedragen bij welke nodig zijn volgens de door de Raad krachtens lid 1 van Artikel 4 vastgestelde voorlopige begrotingsregelingen. (b) De bijdragen van de Staten, welke lid zijn van de Organisatie op het ogenblik dat de Raad voor het eerst dergelijke voorlopige begrotingsregelingen vaststelt, zullen voorlopig worden vastgesteld op de basis neergelegd in lid (2) van Artikel 4, met inachtneming van de voorbehouden genoemd in Artikel VII, lid 1 (b) (i) en (ii) van het Verdrag, met dien verstande dat in voorbehoud (i) vijf en twintig procent geacht zal worden te zijn vervangen door dertig procent. (c) De bijdragen van de Staten, welke lid worden van de Organisatie gedurende de periode tussen het ogenblik waarop voor de eerste maal voorlopige begrotingsregelingen worden vastgesteld en 31 December 1954 zullen voorlopig op zodanige wijze worden vastgesteld dat de onderlinge verhouding tussen de voorlopige bijdragen van alle Staten-Leden dezelfde zal zijn als die tussen de percentages vermeld in lid (2) van deze Bijlage. Zodanige bijdragen dienen óf, zoals bepaald onder het hierna volgende punt (d) om een gedeelte van de voorlopige bijdragen welke reeds door de andere Staten-Leden zijn betaald, terug te betalen, óf ter bestrijding van aanvullende begrotingsuitgaven welke door de Raad gedurende die periode zijn goedgekeurd. (d) De definitieve bijdragen welke voor de periode eindigende op 31 December 1954 verschuldigd zijn door alle Staten welke op die datum lid zijn van de Organisatie, worden na die datum met terugwerkende kracht vastgesteld op basis van de totale begroting voor genoemde periode zodat die bijdragen die grootte hebben welke zij gehad zouden hebben indien al deze Staten partij bij dit Verdrag zouden zijn geworden op de datum van zijn inwerkingtreding. Elk bedrag dat door een Staat welke lid is van de Organisatie betaald is boven zijn aldus achteraf vastgestelde bijdrage, wordt in het credit van die Staat geboekt. (e) Indien alle Staten genoemd in de in lid (2) van deze Bijlage vermelde schaal, voor 31 December 1954 lid zijn geworden van de Organisatie, zullen hun bijdragen tot de totale begroting voor die periode bepaald worden door in die schaal genoemde percentages.