Verdrag tot oprichting van een Europese Organisatie voor astronomisch onderzoek op het zuidelijk halfrond

ESO

Huidige tekst

Artikel 4 ESO

Geldt sinds 17 januari 1964

Bijdragen 1 Voor het tijdvak dat eindigt op 31 december van het jaar waarin het Verdrag in werking treedt, stelt de Raad voorlopige ramingen op de begroting vast; de uitgaven worden bestreden uit de overeenkomstig de bepalingen van de Bijlage bij dit Protocol vastgestelde bijdragen. 2 Van 1 januari van het daaropvolgende jaar af, worden de op de door de Raad goedgekeurde begroting voorkomende uitgaven bestreden uit de overeenkomstig de bepalingen van het eerste lid van artikel VII van het Verdrag vastgestelde bijdragen van de Lid-Staten. 3 Indien een Staat lid wordt van de Organisatie na 31 december van het jaar waarin het Verdrag in werking treedt, worden de bijdragen van alle Lid-Staten herzien en wordt de nieuwe schaal toegepast van het begin van het lopende boekjaar af. Terugbetalingen geschieden voor zover deze nodig zijn om de bijdragen van alle Lid-Staten aan de nieuwe schaal aan te passen. 4 a) Op advies van de Directeur, bepaalt de Financiële Commissie de wijze waarop de betaling van de bijdragen geschiedt teneinde een juiste financiering van de Organisatie te verzekeren. b) De Directeur stelt daarna de Lid-Staten in kennis van de omvang van hun bijdragen en van de data waarop de betalingen dienen plaats te vinden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.