Verdrag tot invoering van een eenvormige wet op cheques

Huidige tekst

Artikel 14 Verdrag tot invoering van een eenvormige wet op cheques

Geldt sinds 1 juli 1934

Ieder der Hooge Verdragsluitende Partijen behoudt zich de bevoegdheid voor, den termijn, voorzien bij het eerste lid van artikel 29 der eenvormige wet, te verlengen en de aanbiedingstermijnen vast te stellen ten aanzien van de gebiedsdeelen, welke aan hare souvereiniteit of gezag zijn onderworpen. Ieder der Hooge Verdragsluitende Partijen behoudt zich de bevoegdheid voor, in afwijking van het bij artikel 29, lid 2, der eenvormige wet bepaalde, de termijnen, voorzien bij genoemde bepaling, te verlengen ten aanzien van de chèques, uitgegeven en betaalbaar in verschillende werelddeelen of wel in de verschillende landen van een werelddeel buiten Europa. Twee of meer Hooge Verdragsluitende Partijen kunnen, ten aanzien van chèques, uitgegeven en betaalbaar op haar grondgebieden, overeenkomen, de termijnen, voorzien bij artikel 29, lid 2, der eenvormige wet, te wijzigen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.