Verdrag tot instelling van de Benelux Unie

Huidige tekst

Artikel 13 Verdrag tot instelling van de Benelux Unie

Geldt sinds 17 juni 2008

  1. 1

    De Secretaris-generaal heeft de plicht de immuniteit van de personeelsleden bedoeld in artikel 8 en van de deskundigen bedoeld in artikel 10 op te heffen indien hij van oordeel is dat deze immuniteit aan de loop van het recht in de weg staat en indien het mogelijk is van deze immuniteit afstand te doen zonder de belangen van de Benelux Unie in gevaar te brengen.

  2. 2

    Het Comité van Ministers kan op dezelfde gronden de aan de Secretaris-generaal en de Adjunct-secretarissen-generaal toegekende immuniteiten, bedoeld in de artikelen 8 en 9, opheffen.

  3. 3

    Elke Hoge Verdragsluitende Partij heeft de plicht de immuniteit op te heffen van haar vertegenwoordigers, alsmede van haar plaatsvervangers, raadgevers of deskundigen bedoeld in artikel 7, telkens wanneer, naar het oordeel van de betreffende Staat, de immuniteit aan de loop van het recht in de weg zou staan, en er afstand van kan worden gedaan zonder de doeleinden waarvoor zij was toegekend in gevaar te brengen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.