Verdrag tot het vaststellen van enige eenvormige regels betreffende het conservatoir beslag op zeeschepen

Huidige tekst

Artikel 3 Verdrag tot het vaststellen van enige eenvormige regels betreffende het conservatoir beslag op zeeschepen

Geldt sinds 20 juli 1983

  1. 1

    Onverminderd het bepaalde in het vierde lid van dit artikel en in artikel 10, kan een schuldeiser beslag leggen op het schip waarop de zeerechtelijke vordering betrekking heeft of op elk ander schip dat toebehoort aan degene die op het tijdstip van het ontstaan van de zeerechtelijke vordering eigenaar was van het schip waarop deze vordering betrekking heeft, zelfs wanneer het schip waarop beslag is gelegd gereed is om uit te varen; terzake van een vordering, bedoeld in artikel 1, eerste lid, letter o, p of q, mag evenwel op geen ander schip beslag gelegd worden dan op dat, waarop de vordering betrekking heeft.

  2. 2

    Schepen worden geacht dezelfde eigenaar te hebben wanneer alle aandelen in eigendom toebehoren aan dezelfde persoon of personen.

  3. 3

    Terzake van dezelfde zeerechtelijke vordering kan in het rechtsgebied van een of meer Verdragsluitende Staten slechts eenmaal op een schip beslag worden gelegd door dezelfde schuldeiser en kan slechts eenmaal een borgtocht of andere zekerheid worden gesteld; en indien in een van die rechtsgebieden op een schip beslag is gelegd of een borgtocht of andere zekerheid is gesteld, hetzij om opheffing van het beslag te verkrijgen, hetzij om beslaglegging te voorkomen, zal een volgend beslag op het schip of op ieder ander schip van dezelfde eigenaar door dezelfde schuldeiser terzake van dezelfde zeerechtelijke vordering worden opgeheven en zal het schip worden vrijgegeven door de rechter van die Staat, tenzij de schuldeiser ten genoegen van het gerecht of andere bevoegde rechterlijke instantie aantoont, dat de borgtocht of zekerheid onherroepelijk was opgeheven voordat het volgend beslag is gelegd of dat er een andere geldige reden is om het beslag te handhaven.

  4. 4

    Wanneer in geval van rompbevrachting van een schip de rompbevrachter en niet de eigenaar aansprakelijk is voor een zeerechtelijke vordering terzake van het schip, kan de schuldeiser op dit schip of op ieder ander schip van de bevrachter beslag leggen met inachtneming van de bepalingen van dit Verdrag, doch op geen ander schip van de eigenaar kan beslag worden gelegd terzake van deze zeerechtelijke vordering. De voorgaande alinea is eveneens van toepassing op alle gevallen waarin een ander dan de eigenaar aansprakelijk is voor een zeerechtelijke vordering.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2012:BV3678Parket bij de Hoge Raad, 1 juni 2012 (civiel recht)

    Vervoersrecht; multimodaal vervoer; toepasselijkheid CMR-Verdrag. CMR-Verdrag in het algemeen niet van toepassing op multimodaal vervoer dat geen stapelvervoer betreft, ook niet indien de schade aan…

  • ECLI:NL:RBARN:2011:BT6355Rechtbank Arnhem, 31 augustus 2011 (civiel recht)

    Vordering tot opheffing conservatoir beslag op zeeschip; toepasselijkheid Beslagverdrag 1952.

  • ECLI:NL:RBLEE:2011:BR2994Rechtbank Leeuwarden, 14 juli 2011 (civiel recht)

    Opheffing beslag op zeeschip. Toepasselijkheid Beslagverdrag (conservatoir beslag op zeeschepen). Interpretatie van artikel 3 lid 1 Beslagverdrag.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.