Verdrag nopens de bestrijding van discriminatie in het onderwijs

Huidige tekst

Artikel 7 Verdrag nopens de bestrijding van discriminatie in het onderwijs

Geldt sinds 25 juni 1966

De staten die partij zijn bij dit Verdrag zijn gehouden om in hun periodieke rapporten die zij op tijdstippen en op een wijze die door de Algemene Vergadering van de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur zullen worden vastgesteld, aan de Algemene Vergadering dienen over te leggen, inlichtingen te verstrekken over de wettelijke en administratieve voorschriften die zij hebben uitgevaardigd, alsmede over alle andere maatregelen die zij hebben genomen voor de toepassing van dit Verdrag, met inbegrip van de maatregelen in verband met het ontwerpen en het ontwikkelen van het in artikel 4 bedoelde nationale beleid, en de bij de toepassing van dat beleid bereikte resultaten en de ondervonden moeilijkheden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.