Huidige tekst
Artikel 12 Verdrag inzake verkeerstekens
12 Het teken PARKEERGELEGENHEID a Teken E,14 a PARKEERGELEGENHEID, dat zo kan worden geplaatst dat het bord parallel loopt met de as van de weg, dient de plaatsen aan te geven waar parkeren van voertuigen is toegestaan. Dit bord dient vierkant te zijn. Het dient de letter of het beeld te tonen dat in de betrokken Staat PARKEREN betekent. De ondergrond van dit teken dient blauw te zijn. b De richting waarin de parkeergelegenheid ligt of de categorieën voertuigen waarvoor deze is bestemd, mogen op het teken zelf of op een onderbord worden aangegeven. Dergelijke opschriften kunnen ook een beperking aanduiden van de periode waarin parkeren is toegestaan of aangeven dat openbaar vervoer vanaf de parkeergelegenheid bereikbaar is, door middel van een ,+ teken' gevolgd door een indicatie van het type vervoer, in de vorm van woorden of symbolen. Tekens E,14 b en E,14 c zijn voorbeelden van tekens die kunnen worden gebruikt om een parkeergelegenheid aan te geven die meer in het bijzonder bedoeld is voor voertuigen waarvan de bestuurders van een openbaar vervoermiddel gebruik wensen te maken.