Huidige tekst
Artikel 1 Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Kaapverdië
- 1
Het bevoegde orgaan van de ondertekenende Staat waarbij een aanvraag om uitkering is ingediend, is verplicht de juistheid van de inlichtingen met betrekking tot de aanvrager en, in voorkomend geval, tot de gezinsleden te verifiëren en moet de bewijsstukken of vergelijkbare documenten verstrekken aan het bevoegde orgaan van de andere ondertekenende Staat, zodanig dat deze laatste de behandeling van de aanvraag kan vervolgen.
- 2
Het eerste lid is eveneens van toepassing wanneer het bevoegde orgaan van een van de ondertekenende Staten een verzoek indient bij het orgaan van de andere Staat om een onderzoek uit te voeren naar de rechtmatigheid van de betalingen aan de uitkeringsgerechtigden die wonen of verblijven op het grondgebied van een van beide ondertekenende Staten.
- 3
De in het eerste en tweede lid bedoelde inlichtingen omvatten met name het adres, het werk, het volgen van scholing, het inkomen, de gezinssituatie en de arbeidsgeschiktheid of de gezondheidstoestand.
- 4
De bevoegde organen of het verbindingsorgaan van de ondertekenende Staten kunnen zich rechtstreeks wenden tot elkaar of tot de uitkeringsgerechtigden of tot hun vertegenwoordigers.
- 5
Inlichtingen kunnen rechtstreeks worden gevraagd aan de autoriteiten, op het grondgebied van de andere Staat, door de bevoegde organen van de ondertekenende Staten, alsmede door de diplomatieke en consulaire vertegenwoordigers om het recht op uitkering van de uitkeringsgerechtigden van een van de ondertekenende Staten vast te stellen, alsmede de rechtmatigheid van de aan hen gedane betalingen. De verzoeken om inlichtingen van de bevoegde organen van de ondertekenende Staten en van de diplomatieke en consulaire vertegenwoordigers aan de autoriteiten op het grondgebied van de andere Staat zijn slechts mogelijk door tussenkomst van de verbindingsorganen van de andere Staat. Verzoeken om inlichtingen van bevoegde organen of verbindingsorganen van de ondertekenende Staten, alsmede van diplomatiek en consulaire vertegenwoordigers, bedoeld om de rechtmatigheid van de sociale bijstand vast te stellen, kunnen ook rechtstreeks gericht worden aan de in het zesde lid bedoelde autoriteiten.
- 6
De autoriteiten waarop in het voorgaande lid wordt gedoeld zijn met name de fiscus, de bureaus van de burgerlijke stand en bevolkingsbureaus, de arbeidsbureaus, de onderwijsinstellingen, het kadaster, de pensioenfondsen en de penitentiaire instellingen.
- 7
De bevoegde organen of de verbindingsorganen kunnen de wijze van overbrenging van de in dit artikel voorziene inlichtingen naderhand in afspraken vastleggen.