Verdrag inzake Octrooirecht

PLT

Huidige tekst

Artikel 19 PLT

Geldt sinds 1 juni 2000

Regel 19 Wijze van identificatie van een aanvraag zonder het aanvraagnummer 1 [Wijze van identificatie] Wanneer vereist is dat een aanvraag wordt geïdentificeerd aan de hand van het aanvraagnummer, maar een dergelijk nummer nog niet is afgegeven of bij de belanghebbende of diens gemachtigde niet bekend is, wordt de aanvraag beschouwd als geïdentificeerd indien een van de volgende gegevens, naar keuze van die persoon, wordt verstrekt: i. een door het bureau verstrekt voorlopig nummer voor de aanvraag, indien van toepassing; ii. een afschrift van het bij de aanvraag gevoegde verzoekschrift, alsmede de datum waarop het verzoek naar het bureau is gezonden; iii. een referentienummer dat door de aanvrager of diens gemachtigde aan de aanvraag is gegeven en in de aanvraag is vermeld, alsmede de naam en het adres van de aanvrager, de titel van de uitvinding en de datum waarop de aanvraag naar het bureau is gezonden. 2 [Verbod van andere vereisten] Geen enkele Verdragsluitende Partij kan verlangen dat andere wijzen van identificatie dan die welke in punt 1 zijn genoemd, ter beschikking worden gesteld ter identificatie van een aanvraag wanneer het aanvraagnummer hiervan nog niet is verstrekt of bij de belanghebbenden of diens gemachtigde niet bekend is.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.