Huidige tekst
Artikel 11 Verdrag inzake het verbod van het gebruik, de aanleg van voorraden, de productie en de overdracht van anti-personeelsmijnen en inzake de vernietiging van deze wapens
Vergaderingen van de Staten die Partij zijn 1 De Staten die Partij zijn komen regelmatig in vergadering bijeen teneinde zaken te bestuderen die betrekking hebben op de toepassing of uitvoering van dit Verdrag, met inbegrip van: a.de werking en status van dit Verdrag; b.zaken die voortkomen uit de rapporten die ingevolge dit Verdrag worden ingediend; c.internationale samenwerking en bijstand in overeenstemming met artikel 6; d.de ontwikkeling van technologieën voor het ruimen van anti-personeelmijnen; e.de door de Staten die Partij zijn ingediende verzoeken ingevolge artikel 8; en f.beslissingen ten aanzien van de door de Staten die Partij zijn ingediende verzoeken bedoeld in artikel 5. 2 De eerste Vergadering van Staten die Partij zijn wordt binnen één jaar na de inwerkingtreding van dit Verdrag bijeengeroepen door de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties. De volgende vergaderingen worden door de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties jaarlijks bijeengeroepen, tot aan de eerste Toetsingsconferentie. 3 Onder de in artikel 8 bedoelde voorwaarden roept de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties een Buitengewone Vergadering van de Staten die Partij zijn bijeen. 4 Staten die geen Partij zijn bij dit Verdrag, alsmede de Verenigde Naties, andere relevante internationale organisaties of instellingen, regionale organisaties, het Internationaal Comité van het Rode Kruis en relevante niet-gouvernementele organisaties kunnen worden uitgenodigd deze vergaderingen als waarnemers bij te wonen, in overeenstemming met het aangenomen Reglement van Orde.