Verdrag inzake de visserij en de instandhouding van de levende rijkdommen van de volle zee

Huidige tekst

Artikel 13 Verdrag inzake de visserij en de instandhouding van de levende rijkdommen van de volle zee

Geldt sinds 20 maart 1966

  1. 1

    Het reglementeren van de visserij welke wordt uitgeoefend door middel van in de zeebodem verankerde apparatuur in gebieden van de volle zee grenzend aan de territoriale zee van een staat, mag worden ondernomen door die staat, indien deze vorm van visserij reeds sinds lang door zijn onderdanen wordt uitgeoefend, mits het aan hen die geen onderdanen zijn is toegestaan daaraan op voet van gelijkheid met de onderdanen deel te nemen, behalve in gebieden waar deze visserij van oudsher uitsluitend door de onderdanen van die staat is uitgeoefend. Een zodanige reglementering zal evenwel niet van invloed zijn op de algemene status van de betrokken gebieden als volle zee.

  2. 2

    Onder „visserij uitgeoefend door middel van in de zeebodem verankerde apparatuur" wordt in dit artikel verstaan die visserij waarbij van tuig wordt gebruik gemaakt, dat wordt bevestigd aan in de zeebodem verankerde steunen, welke constructies hetzij, na op een plaats te zijn opgesteld, permanent in gebruik blijven, hetzij aan het einde van het seizoen worden weggenomen om het volgende seizoen weer op dezelfde plaats te worden opgesteld.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.