Verdrag inzake de toegang tot de rechter in internationale gevallen

Huidige tekst

Artikel 5 Verdrag inzake de toegang tot de rechter in internationale gevallen

Geldt sinds 1 juni 1992

Wanneer de verzoeker om rechtsbijstand zich niet in de aangezochte Staat bevindt, kan hij zijn verzoek indienen bij de verzendende autoriteit in de Verdragsluitende Staat waar hij zijn gewone verblijfplaats heeft, onverminderd de mogelijkheid zijn verzoek langs andere weg bij de bevoegde autoriteit van de aangezochte Staat in te dienen. Het verzoek dient te zijn ingericht overeenkomstig het bij dit Verdrag gevoegde modelformulier. Het dient vergezeld te gaan van alle nodige bescheiden. Dit laat het recht van de aangezochte Staat, in voorkomende gevallen verdere inlichtingen of bescheiden te verlangen, onverlet. Iedere Verdragsluitende Staat kan verklaren dat zijn ontvangende centrale autoriteit verzoeken in behandeling neemt die langs andere weg of op andere wijze worden ingediend.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.