Verdrag inzake de strafrechtelijke bestrijding van corruptie

Anti-corruptieverdrag

Huidige tekst

Artikel 23 Anti-corruptieverdrag

Geldt sinds 1 augustus 2002

Maatregelen ter vergemakkelijking van de vergaring van bewijs en van de verbeurdverklaring van de opbrengsten 1 Iedere Partij neemt de wetgevende en andere maatregelen, met inbegrip van die welke het gebruik van bijzondere opsporingstechnieken overeenkomstig de nationale wetgeving toestaan, die nodig blijken te zijn om de vergaring van bewijs met betrekking tot de krachtens de artikelen 2 tot en met 14 strafbaar gestelde feiten te vergemakkelijken en om het identificeren, onderzoeken en bevriezen van en het beslag leggen op instrumenten en opbrengsten van corruptie of van de bezittingen waarvan de waarde overeenkomt met dergelijke opbrengsten, en die vatbaar zijn voor de maatregelen omschreven in het derde lid van artikel 19 van dit Verdrag, mogelijk te maken. 2 Iedere Partij neemt de wetgevende en andere maatregelen die nodig blijken te zijn om haar gerechten of andere bevoegde autoriteiten bevoegd te verklaren tot het gelasten van informatie over of de beslaglegging op bancaire, financiële of commerciële dossiers teneinde de in het eerste lid van dit artikel bedoelde maatregelen te nemen. 3 Het bankgeheim vormt geen beletsel voor de in het eerste en het tweede lid van dit artikel omschreven maatregelen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.