Verdrag inzake de erkenning van beslissingen betreffende de huwelijksband

Huidige tekst

Artikel 10 Verdrag inzake de erkenning van beslissingen betreffende de huwelijksband

Geldt sinds 30 juli 1981

Indien tevoren bij een autoriteit van een der Verdragsluitende Staten een vordering is ingesteld inzake het ontbinden, het slaken, het bestaan of het niet-bestaan, de geldigheid of de nietigheid van de huwelijksband, onthouden de autoriteiten der andere Verdragsluitende Staten zich ambtshalve van het nemen van een beslissing ten gronde inzake een bij hen ingestelde vordering betreffende hetzelfde onderwerp, tussen dezelfde partijen, handelend in dezelfde hoedanigheid. De autoriteit bij wie de zaak het laatst aanhangig is gemaakt is evenwel bevoegd, een uitstel van ten minste een jaar te bepalen, aan het einde waarvan zij een beslissing kan nemen indien met betrekking tot de eerder ingestelde vordering nog geen beslissing ten gronde is gegeven.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHSGR:2012:BV3130Gerechtshof 's-Gravenhage, 11 januari 2012 (personen- en familierecht)

    Echtscheiding: gevolgen van procedure die in Turkije heeft plaatsgevonden.

  • ECLI:NL:GHAMS:2011:BS8922Gerechtshof Amsterdam, 26 juli 2011 (personen- en familierecht)

    Hoger beroep voorlopige voorzieningen, doorbreking appelverbod.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.