Verdrag inzake de bevordering en de wederzijdse bescherming van investeringen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Cuba

Huidige tekst

Artikel 9 Verdrag inzake de bevordering en de wederzijdse bescherming van investeringen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Cuba

Geldt sinds 1 november 2001

  1. 1

    Geschillen die mogelijk ontstaan tussen een van de Verdragsluitende Partijen en een onderdaan van de andere Verdragsluitende Partij betreffende een investering van die onderdaan op het grondgebied van de eerstbedoelde Verdragsluitende Partij worden, zoveel mogelijk, in der minne geschikt tussen de betrokken partijen.

  2. 2

    Indien het geschil niet is beslecht binnen een periode van zes maanden na de datum waarop een der partijen bij het geschil om minnelijke schikking heeft verzocht, stemt iedere Verdragsluitende Partij ermee in het geschil op verzoek van de betrokken onderdaan voor te leggen aan: a.het bevoegde rechtscollege van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan de investering is gedaan; of b.het Hof van Arbitrage van de Internationale Kamer van Koophandel; of c.een internationaal scheidsgerecht ad hoc krachtens het arbitragereglement van de Commissie voor Internationaal Handelsrecht van de Verenigde Naties (UNCITRAL).

  3. 3

    De scheidsrechterlijke uitspraken zijn definitief en bindend voor beide partijen bij het geschil en worden tenuitvoergelegd in overeenstemming met de nationale wetgeving.

  4. 4

    Elke Verdragsluitende Partij stemt er bij deze mee in investeringsgeschillen ter beslechting voor te leggen aan de in de voorgaande leden genoemde alternatieve instanties voor geschillenregeling.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.