Verdrag inzake de betekening en de kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en in handelszaken

Huidige tekst

Artikel 5 Verdrag inzake de betekening en de kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en in handelszaken

Geldt sinds 2 januari 1976

De centrale autoriteit van de aangezochte Staat belast zich met de betekening of de kennisgeving van het stuk of het doen betekenen of kennisgeven daarvan, a) hetzij met inachtneming van de vormen, in de wetgeving van de aangezochte Staat voorgeschreven voor de betekening of de kennisgeving van stukken die in dat land zijn opgemaakt en bestemd zijn voor zich aldaar bevindende personen, b) hetzij met inachtneming van een bijzondere, door de aanvrager verzochte vorm, mits deze niet in strijd is met de wet van de aangezochte Staat. Behoudens in het geval bedoeld in het eerste lid onder b, kan het stuk altijd worden afgegeven aan degene voor wie het bestemd is, zo deze het vrijwillig aanneemt. Indien van het stuk betekening of kennisgeving moet worden gedaan overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid, kan de centrale autoriteit verlangen dat het stuk wordt opgesteld of vertaald in de officiële taal of in een van de officiële talen van haar land. Het gedeelte van de aanvrage bestaande uit het als bijlage aan dit Verdrag toegevoegde modelformulier, dat aard en onderwerp van het te betekenen stuk weergeeft, wordt afgegeven aan degene voor wie het stuk bestemd is.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2003:AF7674Hoge Raad, 11 juli 2003 (civiel recht)

    11 juli 2003 Eerste Kamer Nr. C01/358HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiseres], wonende te [woonplaats], Bondsrepubliek Duitsland, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. M.H. van…

  • ECLI:NL:PHR:2003:AF7674Parket bij de Hoge Raad, 11 juli 2003 (civiel recht)

    11 juli 2003 Eerste Kamer Nr. C01/358HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiseres], wonende te [woonplaats], Bondsrepubliek Duitsland, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. M.H. van…

  • ECLI:NL:RBAMS:2018:9543Rechtbank Amsterdam, 19 december 2018 (internationaal privaatrecht)

    Eindvonnis in verzetprocedure. Rechtbank beoordeelt of eiser in het verzet kan worden veroordeeld tot al hetgeen waartoe hij in een Amerikaans verstekvonnis is veroordeeld. Vervolg van…

  • ECLI:NL:RBZWB:2017:5251Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16 augustus 2017 (civiel recht)

    Procesgang in Moldavië verhoudt zich niet met de hier te lande geldende behoorlijke procesorde; artikel 431 lid 2 Rv biedt dus geen soelaas aan Moldavische eiser, auteur van boeken.

  • ECLI:NL:RBAMS:2014:3492Rechtbank Amsterdam, 21 mei 2014 (civiel recht)

    Verbod uitlatingen. Uitzendingen zijn niet onrechtmatig. Vordering afgewezen.

  • ECLI:NL:GHARN:2006:AV2531Gerechtshof Arnhem, 7 februari 2006 (personen- en familierecht)

    Tenuitvoerlegging Noorse alimentatiebeslissing. Toepassing van artikel 4 en 5 van het Verdrag, geen strijd met Nederlandse openbare orde en beslissing gegeven door bevoegde autoriteit.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.