Huidige tekst
Artikel 3 OSPAR
3 Bovenstaande criteria geven aan dat tot de stoffen waarvoor programma's en maatregelen moeten worden opgesteld, behoren: a.zware metalen en verbindingen daarvan; b.organohalogeenverbindingen (en stoffen waaruit dergelijke verbindingen in het mariene milieu kunnen ontstaan); c.organische fosfor- en siliciumverbindingen; d.biociden als pesticiden, fungiciden, herbiciden, insekticiden, slijmbestrijdingsmiddelen en chemicaliën die, onder andere, worden gebruikt ter verduurzaming van hout, timmerhout, houtpulp, cellulose, papier, huiden en textiel; e.van aardolie afgeleide oliën en koolwaterstoffen; f.stikstof- en fosforverbindingen; g.radioactieve stoffen, met inbegrip van afvalstoffen; h.persistente synthetische stoffen die kunnen drijven, zweven of zinken.