Verdrag inzake de beginselen waaraan de activiteiten van Staten zijn onderworpen bij het onderzoek en gebruik van de kosmische ruimte, met inbegrip van de maan en andere hemellichamen

Huidige tekst

Artikel VII Verdrag inzake de beginselen waaraan de activiteiten van Staten zijn onderworpen bij het onderzoek en gebruik van de kosmische ruimte, met inbegrip van de maan en andere hemellichamen

Geldt sinds 10 oktober 1969

Iedere Staat die partij is bij dit Verdrag en die een voorwerp in de kosmische ruimte, met inbegrip van de maan en andere hemellichamen, lanceert of doet lanceren, en iedere Staat die partij is bij dit Verdrag en van wiens grondgebied of installatie een voorwerp wordt gelanceerd, is internationaal aansprakelijk voor schade door zulk een voorwerp of de samenstellende delen ervan op de aarde, in de dampkring of in de kosmische ruimte, met inbegrip van de maan en andere hemellichamen, toegebracht aan een andere Staat die partij is bij dit Verdrag, of aan diens natuurlijke of rechtspersonen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.