Verdrag inzake bestrijding van omkoping van buitenlandse ambtenaren bij internationale zakelijke transacties

Huidige tekst

Artikel 4 Verdrag inzake bestrijding van omkoping van buitenlandse ambtenaren bij internationale zakelijke transacties

Geldt sinds 13 maart 2001

Rechtsbevoegdheid 1 Iedere Partij neemt de noodzakelijke maatregelen om rechtsmacht te vestigen ten aanzien van omkoping van een buitenlandse ambtenaar wanneer het strafbaar feit geheel of gedeeltelijk op haar grondgebied wordt gepleegd. 2 Iedere Partij die bevoegd is om haar onderdanen te vervolgen wegens in het buitenland gepleegde strafbare feiten neemt de noodzakelijke maatregelen om rechtsmacht te vestigen ten aanzien van de vervolging van omkoping van een buitenlandse ambtenaar, in overeenstemming met dezelfde beginselen. 3 Indien meer dan één Partij bevoegd is inzake een vermoedelijk strafbaar feit dat in dit Verdrag wordt beschreven, plegen de betrokken Partijen op verzoek van één van hen overleg ten einde vast te stellen wie van hen het meest in aanmerking komt om vervolging in te stellen. 4 Iedere Partij heroverweegt of de basis waarop zij thans bevoegd is, doeltreffend is bij de bestrijding van omkoping van buitenlandse ambtenaren, en neemt, indien dit niet het geval is, maatregelen tot verbetering.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.