Verdrag houdende het Statuut van de Europese Scholen

Huidige tekst

Artikel 6 Verdrag houdende het Statuut van de Europese Scholen

Geldt sinds 1 oktober 2002

Elke School bezit de rechtspersoonlijkheid die vereist is voor de verwezenlijking van haar in artikel 1 omschreven taak. Te dien einde geniet zij bestuursautonomie voor de kredieten die zijn opgenomen in het desbetreffende begrotingsonderdeel, onder de voorwaarden die zijn vastgelegd in het in artikel 13, lid 1, bedoelde financieel reglement. Zij kan in rechte optreden. Zij kan met name roerende en onroerende goederen verkrijgen en vervreemden. Wat haar rechten en plichten betreft, wordt de School in elk van de Lid-Staten, en onder voorbehoud van de specifieke bepalingen van dit Verdrag, behandeld als een onderwijsinstelling die onder het publiek recht valt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBZWB:2016:1063Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 februari 2016 (bestuursrecht)

    Eiser is aangesteld door de minister van OCW in verband met een detachering op een Europese School. De rechtbank wijdt enkele overwegingen aan de vraag of zij bevoegd is om van het geschil kennis te…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.