Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (CMR)

Huidige tekst

Artikel 13 Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (CMR)

Geldt sinds 28 april 1986

  1. 1

    Na aankomst van de goederen op de plaats bestemd voor de aflevering, heeft de geadresseerde het recht van de vervoerder te vorderen dat het tweede exemplaar van de vrachtbrief aan hem wordt overhandigd en de goederen aan hem worden afgeleverd, een en ander tegen ontvangstbewijs. Wanneer verlies van de goederen is vastgesteld of de goederen aan het einde van de termijn, bedoeld in artikel 19, niet zijn aangekomen, is de geadresseerde gerechtigd om op eigen naam tegenover de vervoerder gebruik te maken van de rechten, die uit de vervoerovereenkomst voortspruiten.

  2. 2

    De geadresseerde, die gebruik maakt van de rechten, die hem ingevolge het eerste lid van dit artikel zijn toegekend, is gehouden de volgens de vrachtbrief verschuldigde bedragen te betalen. In geval van geschil terzake is de vervoerder niet verplicht om de goederen af te leveren dan tegen zekerheidstelling door de geadresseerde.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBLIM:2018:12453Rechtbank Limburg, 5 december 2018 (burgerlijk procesrecht)

    Afwijzing vordering in verstekvonnis. Geen gronden naar voren gebracht die de vordering kunnen dragen. Geen sprake van een geschil. Belangenvereiste bij de gevorderde negatieve verklaring voor recht.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.