Verdrag betreffende de minimumleeftijd voor toelating tot het arbeidsproces

Huidige tekst

Artikel 3 Verdrag betreffende de minimumleeftijd voor toelating tot het arbeidsproces

Geldt sinds 14 september 1977

  1. 1

    De minimumleeftijd voor toelating tot iedere vorm van arbeid in en buiten dienstverband die krachtens de aard van de arbeid of de omstandigheden waaronder deze wordt uitgevoerd de gezondheid, de veiligheid of de zedelijkheid van jeugdige personen in gevaar kan brengen, mag niet lager zijn dan achttien jaar.

  2. 2

    De vormen van arbeid in en buiten dienstverband bedoeld in het eerste lid van dit artikel worden bepaald door de nationale wetgeving of de bevoegde autoriteit, na overleg met de betrokken werkgevers- en werknemersorganisaties, indien deze bestaan.

  3. 3

    Niettegenstaande het bepaalde in het eerste lid van dit artikel kan de nationale wetgeving of de bevoegde autoriteit, na overleg met de betrokken werkgevers- en werknemersorganisaties, indien deze bestaan, toestemming verlenen tot arbeid van jeugdige personen vanaf de zestienjarige leeftijd, mits hun gezondheid, veiligheid en zedelijkheid ten volle zijn gewaarborgd en zij in de overeenkomstige bedrijfstak een specifieke en doeltreffende scholing of beroepsopleiding hebben ontvangen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.