Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof

Huidige tekst

Artikel 10 Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof

Geldt sinds 1 december 2016

  1. 1

    Elk van de drie Regeringen kan de Eerste Kamer verzoeken bij wege van advies zijn oordeel te geven over de uitleg van een in artikel 1 bedoelde rechtsregel.

  2. 2

    Van dit verzoek wordt door de griffie van het Hof mededeling gedaan aan de beide andere Regeringen, die dan op hun beurt beschouwingen ter zake aan de Eerste Kamer kunnen doen toekomen. De Eerste Kamer doet een kennisgeving, waarin het voorwerp van het verzoek summier is omschreven, onverwijld opnemen in het officiële publikatieblad van elk der drie landen.

  3. 3

    Partijen die betrokken mochten zijn bij een rechtsgeding, waarbij dezelfde vraag aan de orde is, kunnen eveneens hun beschouwingen doen toekomen aan de Eerste Kamer.

  4. 4

    De Eerste Kamer zal bij de uitoefening van zijn adviserende bevoegdheden de op de rechtspraak betrekking hebbende bepalingen van dit Verdrag zoveel mogelijk tot richtsnoer nemen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.