Verdrag betreffende de arbeidsinspectie in de landbouw

Huidige tekst

Artikel 20 Verdrag betreffende de arbeidsinspectie in de landbouw

Geldt sinds 29 juni 1974

Behoudens de door de nationale wetgeving vast te stellen uitzonderingen: (a) mogen inspecteurs van de arbeid in de landbouw generlei direct of indirect belang hebben in de onder hun toezicht geplaatste ondernemingen; (b) zijn inspecteurs van de arbeid in de landbouw gehouden, op straffe van strafrechtelijke of passende disciplinaire maatregelen, zelfs na de dienst verlaten te hebben, generlei fabrikageof handelsgeheimen of produktiewijzen waarvan zij in de uitoefening van hun functie kennis hebben gekregen, openbaar te maken; (c) dienen inspecteurs van de arbeid in de landbouw de bron van elke klacht, waarbij een gebrek of gevaar in het arbeidsproces of een inbreuk op de wettelijke bepalingen te hunner kennis wordt gebracht als strikt vertrouwelijk te beschouwen en zich er van te onthouden aan de werkgever of diens vertegenwoordiger mede te delen dat ten gevolge van een klacht een inspectiebezoek is gebracht.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.