Vakantiewet 1949 BES

Huidige tekst

Artikel 10 Vakantiewet 1949 BES

Geldt sinds 10 oktober 2010

  1. 1

    De werkgever betaalt de arbeider voor niet genoten vakantie, waarop bij het eindigen der dienstbetrekking aanspraak bestaat, een bedrag gelijk aan zijn in geld uitgedrukt, ten tijde van dat eindigen geldend loon over het aantal dagen der niet genoten vakantie.

  2. 2

    Voor de toepassing van het bepaalde in het voorgaande lid en in afwijking van het bepaalde in artikel 2, lid 1, wordt onverminderd het bepaalde in artikel 3 geacht mede aanspraak te bestaan op een evenredig aantal vakantiedagen over de periode gedurende welke de arbeider bij dezelfde werkgever onafgebroken in dienst is geweest en waarover hij geen vakantie heeft genoten. Bij de berekening van het aantal vakantiedagen wordt een gedeelte van een dag gerekend als een gehele dag.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:OGAACMB:2017:124Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 9 november 2017 (arbeidsrecht)

    Arbeidszaak. Verzoeker heeft, hoewel het vanwege financiële problemen van de werkgever niet duidelijk was of hij loon uitbetaald zou krijgen, doorgewerkt omdat hij zijn opdrachtgever niet in de steek…

  • ECLI:NL:OGEABES:2017:42Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 9 november 2017 (arbeidsrecht)

    --

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.