Huidige tekst
Artikel 10bis Unieverdrag van Parijs van 20 maart 1883 tot bescherming van de industriële eigendom, herzien te Brussel op 14 december 1900, te Washington op 2 juni 1911 en te 's-Gravenhage op 6 november 1925
Art. 10bis De verdragsluitende landen zijn gehouden aan hen, die tot de Unie behooren, een daadwerkelijke bescherming te verleenen tegen de oneerlijke mededinging. Elke daad van mededinging, strijdig met de eerlijke gebruiken in nijverheid en handel, levert een daad van oneerlijke mededinging op. Met name zullen moeten worden verboden: 1). alle daden, welke ook, die verwarring zouden kunnen scheppen door onverschillig welk middel ten opzichte van de waren van een concurrent; 2). valsche beweringen bij het handel drijven, die de waren van een concurrent in discrediet zouden kunnen brengen.