Uitvoeringswet Verordening erfrecht

Huidige tekst

Artikel 4 Uitvoeringswet Verordening erfrecht

Geldt sinds 17 augustus 2015

  1. 1

    De rechtbank waarvan de voorzieningenrechter op het verzoek om erkenning of tenuitvoerlegging heeft beslist, neemt kennis van het rechtsmiddel, bedoeld in artikel 50 van de verordening. Artikel 93 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is niet van toepassing.

  2. 2

    Het rechtsmiddel, bedoeld in artikel 50 van de verordening, wordt, indien het wordt ingesteld door de verzoeker, ingesteld binnen 30 dagen na de dagtekening van de beschikking waarbij het verlof is geweigerd.

  3. 3

    Het rechtsmiddel bedoeld in artikel 51 van de verordening is: beroep in cassatie.

  4. 4

    Het rechtsmiddel bedoeld in artikel 50 van de verordening en het rechtsmiddel bedoeld in artikel 51 van de verordening, worden ingesteld en behandeld met toepassing van de regels voor de verzoekschriftprocedure in eerste aanleg onderscheidenlijk in cassatie.

  5. 5

    Voor de toepassing van de Wet griffierechten in burgerlijke zaken wordt het bij een rechtsmiddel ingestelde verzoek geacht een verzoek van onbepaalde waarde te zijn.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.