Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1954 BES

Huidige tekst

Artikel 19 Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1954 BES

Geldt sinds 10 oktober 2010

  1. 1

    De partij, die de uitvoerbaarverklaring in een derStaten, waar het verdrag van kracht is, verlangt, zendt aan de Minister: 1°. een rekest, houdende verzoek, als bedoeld in artikel 18, eerste lid van het verdrag gericht tot de bevoegde autoriteit van de Staat waar de uitvoerbaarverklaring verlangd wordt; 2°. een expeditie van de uitspraak; 3°. een verklaring, ingevolge artikel 18 van deze wet afgegeven, dat de uitspraak ten aanzien der veroordeling m de kosten kracht van gewijsde heeft verkregen.

  2. 2

    De stukken in het voorgaande lid, sub 1° en 3° genoemd, zijn ieder vergezeld van een vertaling in een der talen, bedoeld in artikel 19, tweede lid, sub 3° van het verdrag; van de uitspraak wordt een zodanige vertaling nopens het gedeelte, dat de beslissing bevat, overgelegd. De vertalingen moeten voor overeenstemmend verklaard zijn door een beëdigd vertaler in het land, waar de uitvoerbaarverklaring verlangd wordt, of door een beëdigd vertaler in Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.