Uitvoeringsregeling willekeurige afschrijving 2001

Uitv reg WA 2001

Huidige tekst

Artikel 7 Uitv reg WA 2001

Geldt sinds 1 juli 2011

  1. 1

    Als andere aangewezen bedrijfsmiddelen als bedoeld in artikel 3.34, tweede lid, in verbinding met het derde lid, van de wet, worden aangewezen: bedrijfsmiddelen voor zover de belastingplichtige ter zake verplichtingen is aangegaan of voortbrengingskosten heeft gemaakt in een kalenderjaar waarover bij hem de verhoogde zelfstandigenaftrek als bedoeld in artikel 3.76, derde lid, van de wet van toepassing is.

  2. 2

    Voor de toepassing van het eerste lid worden bedrijfsmiddelen voor zover de belastingplichtige ter zake verplichtingen is aangegaan of voortbrengingskosten heeft gemaakt in een kalenderjaar en bij hem de zelfstandigenaftrek, bedoeld in artikel 3.76, eerste lid, van de wet in dat jaar niet van toepassing is en dat onmiddellijk voorafgaat aan een kalenderjaar waarin bij hem de verhoogde zelfstandigenaftrek van toepassing is, mede gerekend tot de bedrijfsmiddelen van het laatstgenoemde kalenderjaar.

  3. 3

    Het eerste lid is slechts van toepassing op bedrijfsmiddelen waarvan de aanschaffings- of voortbrengingskosten worden gemaakt in het kader van een onderneming waaruit de belastingplichtige als ondernemer winst geniet.

  4. 4

    Voor de toepassing van dit artikel zijn de artikelen 3.43, tweede lid, artikel 3.45, eerste, tweede en vijfde lid, en artikel 3.46 van de wet van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2019:1687Hoge Raad, 8 november 2019 (belastingrecht)

    Inkomstenbelasting. Artt. 3.34 en 3.45, lid 1, letter d, Wet IB 2001. Art. 7 Uitvoeringsregeling willekeurige afschrijving 2001. Willekeurige afschrijving. Investeringen door startende ondernemers.…

  • ECLI:NL:PHR:2005:AR5897Parket bij de Hoge Raad, 10 juni 2005 (belastingrecht)

    Zelfstandigenaftrek / startersaftrek. Artikel 44m, lid 3, Wet op de inkomstenbelasting 1964.

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2129Gerechtshof Amsterdam, 30 juni 2026 (belastingrecht)

    IB/PVV 2018. In geschil is of een praktijkruimte in 2018 tot het ondernemingsvermogen van belanghebbende behoort en of belanghebbende recht heeft op investeringsaftrek en willekeurige afschrijving.…

  • ECLI:NL:RBNHO:2025:5414Rechtbank Noord-Holland, 26 februari 2025 (belastingrecht)

    Inkomstenbelasting. Werkruimte. Investeringsaftrek en willekeurige afschrijving.

  • ECLI:NL:CRVB:2021:2548Centrale Raad van Beroep, 12 oktober 2021 (socialezekerheidsrecht)

    Definitieve vaststelling en terugvordering bijstand op grond van Bbz 2004. Goed koopmansgebruik. Voor de berekening van het netto-inkomen volgens het Bbz 2004 dient niet te worden uitgegaan van de…

  • ECLI:NL:GHARL:2020:3658Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12 mei 2020 (belastingrecht)

    Belanghebbende vraagt zonder succes de toepassing van de zelfstandigenaftrek in opgelegde aanslagen IB die in rechte vast staan, ongedaan te maken.

  • ECLI:NL:RBNNE:2019:1925Rechtbank Noord-Nederland, 2 mei 2019 (belastingrecht)

    Naast de ontvankelijkheid in bezwaar, is in geschil of eiser in enige jaren kan afzien van de zelfstandigenaftrek en in een later jaar de startersaftrek kan toepassen, alsmede willekeurig kan…

  • ECLI:NL:GHSHE:2018:3057Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 19 juli 2018 (belastingrecht)

    De inspecteur heeft de (verhoogde) zelfstandigenaftrek terecht geweigerd. Belanghebbende maakt ondanks de overgelegde urenregistraties niet aannemelijk dat zij heeft voldaan aan het urencriterium.…

15 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.