Uitvoeringsregeling Registratiewet 1970

Huidige tekst

Artikel 3 Uitvoeringsregeling Registratiewet 1970

Geldt sinds 1 januari 2018

  1. 1

    De inschrijving door de notaris, bedoeld in artikel 7 van de wet, in het repertorium omvat voor elke akte ten minste: a.een doorlopend volgnummer; b.de dagtekening van de akte; c.de soort van de akte; d.van ten minste een van de bij de akte optredende partijen: 1°. bij natuurlijke personen: de naam, met inbegrip van de voornamen, en de woonplaats; 2°. bij niet-natuurlijke personen: de statutaire naam en de woonplaats; e.de vermelding of het een in minuut dan wel in originali verleden akte betreft; f.het aantal renvooien en het aantal annexen.

  2. 2

    De notaris schrijft de door hem verleden akten dagelijks in het repertorium in, uiterlijk de dag nadat een akte is verleden. De artikelen 1 en 3 van de Algemene termijnenwet zijn van overeenkomstige toepassing.

  3. 3

    Doorhalingen in het repertorium blijven zichtbaar. Een volgnummer dat is doorgehaald, wordt niet opnieuw gebruikt.

  4. 4

    De inschrijving in het repertorium geschiedt overeenkomstig de daartoe door de KNB, in overeenstemming met de Belastingdienst, opgestelde richtlijnen.

  5. 5

    De KNB legt de dagtekening van de registratie vast en draagt ervoor zorg dat deze door de notaris kan worden geraadpleegd.

  6. 6

    In afwijking van het eerste lid, onderdeel d, worden in geval van een proces-verbaal-akte als bedoeld in artikel 37 van de Wet op het notarisambt de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, onder 1° en 2°, van ten minste een van de bij de inhoud belanghebbende personen of rechtspersonen vermeld in plaats van die gegevens van een bij de akte optredende partij.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.