Uitvoeringsregeling motorrijtuigenbelasting 1994

Uitv.reg. MRB 1994

Huidige tekst

Artikel 4a Uitv.reg. MRB 1994

Geldt sinds 1 juli 2005

  1. 1

    Onder een niet-opvouwbare rolstoel wordt voor de toepassing van artikel 24a van de wet mede verstaan een ander in verband met de handicap noodzakelijk hulpmiddel van een dusdanige omvang of een dusdanig gewicht, dat de gehandicapte, rekening houdend met zijn specifieke handicap, voor zijn vervoer is aangewezen op het gebruik van een bestelauto.

  2. 2

    Onder een bestelauto, ingericht voor het vervoer als bedoeld in artikel 24a, eerste lid, van de wet, wordt verstaan een bestelauto die voorzieningen bevat ten behoeve van het vervoer van een niet-opvouwbare rolstoel of het vervoer van een ander hulpmiddel als bedoeld in het eerste lid en het gelijktijdige vervoer van de gehandicapte, zoals voorzieningen voor het met of vanuit een rolstoel of een ander hulpmiddel kunnen plaatsnemen in en verlaten van de bestelauto, voor het vastzetten van een rolstoel of een ander hulpmiddel in de cabine op de plaats van een zitplaats, en voor het vastzetten van een rolstoel of een ander hulpmiddel zonder passagier in de laadruimte.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHAMS:2023:2764Gerechtshof Amsterdam, 24 oktober 2023 (belastingrecht)

    Art. 24 lid 1 Wet MRB; art. 4a lid 1 UR MRB. Een noodzakelijk hulpmiddel als bedoeld in art. 4a lid 1 UR, niet zijnde een niet-opvouwbare rolstoel in de strikte zin van het woord, kan hooguit een…

  • ECLI:NL:RBNHO:2022:9051Rechtbank Noord-Holland, 30 september 2022 (belastingrecht)

    Het verzoek om toepassing van het lage bestelautotarief is terecht afgewezen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel, evenredigheidsbeginsel, motiveringsbeginsel en de hardheidsclausule kan niet…

  • ECLI:NL:GHDHA:2019:3783Gerechtshof Den Haag, 12 november 2019 (belastingrecht)

    Belanghebbende heeft verzocht om toepassing van het lage tarief voor gehandicapten voor een door hem gebruikte bestelauto. Dit verzoek is door de Inspecteur afgewezen. Het hof beslist, net als de…

  • ECLI:NL:RBDHA:2019:4057Rechtbank Den Haag, 23 april 2019 (belastingrecht)

    Eiser heeft ter zake van het houden van een bestelauto geen recht op toepassing van het lage tarief aan motorrijtuigenbelasting. Hij maakt niet aannemelijk dat hij voldoet aan de voorwaarden van…

  • ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ2789Gerechtshof Leeuwarden, 26 april 2011 (belastingrecht)

    In geschil is of de Inspecteur ten onrechte het verzoek om toepassing van het bestelautotarief heeft afgewezen. Meer in het bijzonder speelt hierbij de vraag of de stoel een noodzakelijk hulpmiddel…

  • ECLI:NL:GHSGR:2010:BM4235Gerechtshof 's-Gravenhage, 16 april 2010 (belastingrecht)

    Motorrijtuigenbelasting. Belanghebbende komt voor de bestelauto niet in aanmerking voor de toepassing van het gehandicaptentarief. De bestelauto, die enkel is voorzien van een (niet vast gemonteerd)…

  • ECLI:NL:GHSGR:2009:BL6586Gerechtshof 's-Gravenhage, 9 oktober 2009 (belastingrecht)

    Motorrijtuigenbelasting. De auto, die enkel is voorzien van een speciale bestuurdersstoel en een chemisch toilet, is niet aan te merken als een bestelauto als bedoeld in artikel 24a, eerste lid, van…

  • ECLI:NL:RBSGR:2009:BN0539Rechtbank 's-Gravenhage, 10 april 2009 (belastingrecht)

    Eiser komt niet in aanmerking voor het lage bestelautotarief van de motorrijtuigenbelasting voor gehandicapten. Er is geen sprake van het gelijktijdige vervoer van een niet-opvouwbare rolstoel ten…

11 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.