Uitvoeringsregeling GLB 2023

Huidige tekst

Artikel 7 Uitvoeringsregeling GLB 2023

Geldt sinds 1 januari 2025

Landschapselementen 1 Voor de uitvoering van zijn taken en bevoegdheden baseert de minister zich voor de grenzen van landschapselementen op de referentiepercelen van het perceelsregister van RVO dat is gebaseerd op de objectgrenzen uit de Basisregistratie Grootschalige Topografie. 2 Als landschapselement, zijnde begroeide terreindelen, worden aangemerkt: a.boomgroepen met een maximum oppervlakte van 1,5 hectare op maaiveldniveau; b.geïsoleerde bomen; c.heggen en hagen; d.houtsingels of houtwallen; en e.struwelen. 3 Als landschapselementen, zijnde waterdelen, worden aangemerkt: a.sloten, niet zijnde grachten, smaller dan tien meter van insteek naar insteek, waarbij geldt dat ze geheel meetellen als ten minste 90 procent van de sloot smaller is dan tien meter; b.watervlakten met een oppervlakte tussen 0,001 hectare en 0,5 hectare; en c.sloten die doorgaans het hele jaar droog staan, smaller dan tien meter van insteek naar insteek, waarbij geldt dat ze geheel meetellen als ten minste 90 procent van de sloot smaller is dan tien meter. 4 Als landschapselementen, zijnde overige elementen met een oppervlakte van maximaal 1,5 hectare, worden aangemerkt: a.natuurvriendelijke oevers; b.schouwpaden; c.zandwallen; d.tuunwallen; e.ruigtes op landbouwareaal; f.stroken wild gras; g.graften; en h.rietland. 5 Als aangrenzende landschapselementen worden aangemerkt: a.lijnvormige landschapselementen waarvan ten minste één lange zijde is gelegen binnen vijf meter van landbouwareaal; b.niet-lijnvormige landschapselementen die binnen vijf meter van landbouwareaal liggen; c.landschapselementen die direct grenzen aan landschapselementen als bedoeld onder a en b, met dien verstande dat indien sprake is van een lijnvormig landschapselement, het landschapselement met ten minste één lange zijde grenst aan het onder a of b bedoelde landschapselement. 6 Op de peildatum heeft de landbouwer de landschapselementen ter beschikking op grond van eigendom, pacht of onderpacht dan wel in gebruik met toestemming van de eigenaar of van de pachter die de landschapselementen met toestemming van de eigenaar heeft onderverpacht. 7 Landschapselementen die volledig zijn omsloten door niet subsidiabele arealen zijn niet subsidiabel. 8 Van lijnvormige landschapselementen waarvan de lange zijde doorloopt tot voorbij landbouwareaal of een landschapselement dat binnen vijf meter van landbouwareaal ligt, behoort enkel de oppervlakte die langs het landbouwareaal of aangrenzende landschapselement ligt, tot de subsidiabele hectares. 9 Voor controle op de toestemming, bedoeld in het zesde lid, kan schriftelijk bewijs worden opgevraagd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CBB:2026:453College van Beroep voor het bedrijfsleven, 22 september 2026 (bestuursrecht)

    GLB 2023. Niet alleen de poel is als landschapselement ingetekend en opgegeven als perceel 51, maar ook de eromheen liggende grond. Die grond is geen poel, maar moet, zoals de minister terecht heeft…

  • ECLI:NL:CBB:2026:356College van Beroep voor het bedrijfsleven, 4 augustus 2026 (bestuursrecht)

    GLB 2023. Tussenuitspraak. De minister heeft onvoldoende gemotiveerd waarom het bosje van de maatschap en de aangrenzende houtsingel van Staatsbosbeheer moeten worden beschouwd als één bosgebied. De…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.