Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003

Uitv reg Bd 2003

Huidige tekst

Artikel 27 Uitv reg Bd 2003

Geldt sinds 1 januari 2024

  1. 1

    Een functionaris die na inwerkingtreding of wijziging van deze regeling is aangewezen als directeur, inspecteur of ontvanger, treedt in de plaats van de functionaris die als zodanig vóór inwerkingtreding of wijziging van deze regeling was aangewezen of zonder inwerkingtreding of wijziging van deze regeling aangewezen zou zijn geweest. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een ambtenaar die is aangewezen om het bestuur van ‘s Rijks belastingen uit te oefenen, alsmede met betrekking tot een functionaris die na inwerkingtreding of wijziging van deze regeling is belast met de leiding van de Dienst Toeslagen, bedoeld in artikel 3, derde lid. Onder functionaris of ambtenaar wordt mede verstaan een groep van functionarissen of ambtenaren.

  2. 2

    Beslissingen die zijn of worden genomen door de directeur, inspecteur of ontvanger die als zodanig vóór inwerkingtreding dan wel wijziging van deze regeling bevoegd was dan wel zonder inwerkingtreding of wijziging van deze regeling bevoegd zou zijn geweest, worden geacht te zijn genomen door de directeur, inspecteur of ontvanger die als zodanig op grond van deze regeling bevoegd is. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot beslissingen van een ambtenaar die vóór inwerkingtreding dan wel wijziging van deze regeling bevoegd was dan wel zonder inwerkingtreding van deze regeling bevoegd zou zijn geweest om het bestuur van ‘s Rijks belastingen uit te oefenen.

  3. 3

    Verplichtingen die na inwerkingtreding of wijziging van deze regeling jegens een andere functionaris gelden dan vóór inwerkingtreding dan wel wijziging van deze regeling, gelden mede jegens de functionaris jegens wie de verplichtingen golden tot inwerkingtreding of wijziging van deze regeling alsmede jegens de door die functionaris aangewezen ambtenaren van de Belastingdienst.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2016:854Parket bij de Hoge Raad, 21 juli 2016 (belastingrecht)

    A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van de beroepen in cassatie van enerzijds [X] N.V., belanghebbende, en anderzijds de Staatssecretaris van Financiën, tegen de uitspraak van het…

  • ECLI:NL:HR:2015:2162Hoge Raad, 14 augustus 2015 (belastingrecht)

    Procesrecht; art. 6:22 Awb. Niet op voorgeschreven wijze bekendgemaakt mandaatbesluit benadeelt belanghebbende niet.

  • ECLI:NL:HR:2008:BC9550Hoge Raad, 18 april 2008 (belastingrecht)

    Art. 3 AWR. Art. 27 Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003. Art. 26 IVBPR. Art. 14 EVRM. Art. 3.16, lid 7, Wet IB 2001. Ondernemerschap en kosten kleding en verzorging prostituee.…

  • ECLI:NL:GHARL:2014:2582Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25 maart 2014 (belastingrecht)

    Inkomstenbelasting. Verzwegen vermogen in het buitenland. Ontvankelijkheid bezwaar. Immateriële schadevergoeding.

  • ECLI:NL:GHARL:2014:2596Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25 maart 2014 (belastingrecht)

    Inkomstenbelasting. Verzwegen vermogen in Zwitserland. Navordering. Tijdig opgelegd ? Voortvarendheidstoets. Standstill-bepaling van toepassing. Immateriële schadevergoeding.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.