Uitvoeringsregeling accijns

Huidige tekst

Artikel 3 Uitvoeringsregeling accijns

Geldt sinds 17 februari 2023

  1. 1

    De vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats doet van de algehele vernietiging of het onherstelbare algehele of gedeeltelijke verlies van accijnsgoederen door niet te voorziene omstandigheden of overmacht, bedoeld in artikel 2, vijfde en zesde lid, van de wet, in zijn accijnsgoederenplaats onverwijld mededeling aan de inspecteur onder opgaaf van het tijdstip en de oorzaak van de algehele vernietiging of het onherstelbare algehele of gedeeltelijke verlies.

  2. 2

    De vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats, de geregistreerde afzender of de geregistreerde geadresseerde doet van de algehele vernietiging of het onherstelbare algehele of gedeeltelijke verlies van accijnsgoederen door niet te voorziene omstandigheden of overmacht, bedoeld in artikel 2, vijfde en zesde lid, van de wet, tijdens het overbrengen van onder een accijnsschorsingsregeling geplaatste accijnsgoederen onverwijld mededeling aan de inspecteur onder opgaaf van het tijdstip en de oorzaak van het verloren gaan.

  3. 3

    Van een voorgenomen vernietiging van in een accijnsgoederenplaats voorhanden of in opslag zijnde accijnsgoederen die onbruikbaar of onverkoopbaar zijn geworden, wordt uiterlijk twee werkdagen voor de voorgenomen vernietiging door de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats mededeling gedaan aan de inspecteur, onder vermelding van het tijdstip waarop de vernietiging zal plaatsvinden.

  4. 4

    De gecertificeerde afzender of de gecertificeerde geadresseerde doet van de algehele vernietiging of het onherstelbare algehele of gedeeltelijke verlies van reeds tot verbruik uitgeslagen accijnsgoederen door niet te voorziene omstandigheden of overmacht, bedoeld in artikel 3 van de wet, tijdens het overbrengen onverwijld mededeling aan de inspecteur onder opgaaf van het tijdstip en de oorzaak van het verloren gaan.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2008:BD3699Hoge Raad, 2 december 2008 (strafrecht)

    Begrip “voorhanden hebben” a.b.i. art. 5.1.b van de Wet op de accijns. Het Hof heeft, zonder miskenning van art. 5.1.b Wet op de accijns, kunnen oordelen dat verdachte en zijn medeverdachte in NL…

  • ECLI:NL:PHR:2008:BD3699Parket bij de Hoge Raad, 2 december 2008 (strafrecht)

    Begrip “voorhanden hebben” a.b.i. art. 5.1.b van de Wet op de accijns. Het Hof heeft, zonder miskenning van art. 5.1.b Wet op de accijns, kunnen oordelen dat verdachte en zijn medeverdachte in NL…

  • ECLI:NL:PHR:2003:AF7970Parket bij de Hoge Raad, 17 oktober 2003 (belastingrecht)

    Nr. 38.220 17 oktober 2003 EC gewezen op het beroep in cassatie van X S.A. te Z (Spanje) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 15 maart 2002, nr. BK-01/00887, betreffende na te…

  • ECLI:NL:PHR:2003:AF0380Parket bij de Hoge Raad, 13 juni 2003 (belastingrecht)

    Aan belanghebbende zijn over het tijdvak 1 januari 1994 tot en met 31 oktober 1997 op één aanslagbiljet naheffingsaanslagen in de accijns van overige alcoholhoudende producten en in de…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.